Een tekening van een stel sijzen

Sijs (Carduelis spinus)

De sijs komt voor in geheel Europa, uitgezonderd het hoge noorden. In Nederland is de sijs een jaarvogel. Onze sijs maakt deel uit van de 19 echte sijzensoorten. Alle andere 18 sijzensoorten hebben hun verspreidingsgebied in Noord-en Zuid-Amerika. Hoewel er geen echte ondersoorten zijn vastgesteld bestaan er in Europa toch twee iets van elkaar afwijkende lijnen. In de ene lijn zien we een sijsman met een kinvlek met een sijspop met geel in de borst.

Door de Speciaalclub Europese Cultuurvogels is in de standaard gekozen voor een sijsman met kinvlek en een sijspop zonder geel in de borst, dus voor een man en een pop uit de verschillende lijnen. Hier moeten we met de kweek rekening me houden!

De sijs is ongeveer 12 cm. lang. Het model is volrond en gedrongen.
De borst-buiklijn moet vanaf de keel tot aan de onderdekveren van voldoende volume zijn en regelmatig gebogen. De rug moet van de kop tot aan de punt van de staart een bijna rechte lijn vormen. De borst moet vol en goed rond zijn, maar niet te vet. In het achterlichaam mag de sijs niet uitgezakt zijn. Tijdens de keuring dient de sijs zich rechtop te tonen en los van de zitstok te blijven.

Bij de man zijn de wangen grijsgroen, de keel geelgroen en de nek grijsgroen. Vanaf de snavel tot de achterschedel heeft de man een zwarte pet, de veervelden geven een gehamerde indruk. De geelgroen wenkbrouwstreep vertrekt boven het oog en loopt breder naar achter uit. Onder de snavel bevindt zich een zwarte kinvlek. De borst is groengeel, het onderlijf en de aarsstreek zijn gebroken wit. De flanken zijn geelgroen, vanaf de onderzijde van de vleugeltekening treffen we een fijne doch scherpe zwarte bestreping lopend tot aan de staart. De stuit is goudgroen. Mantel en rugdek zijn grijsgroen, op de mantel/rugdek bevindt zich een fijne lengte-bestreping die een regelmatig verloop heeft. De slagpennen en de grote vleugel-dekveren zijn zwartbruin met een gele omzoming aan de buitenvlag, de kleine vleugeldekveren zijn zwart-bruin. De staartpennen zijn vanaf de basis tot de halve lengte geel , vervolgens overgaand in zwartbruine toppen. De poten zijn donkerbruin tot zwart, de nagels grijs tot zwart. De oogring is donkerbruin, de pupil is zwart.

sijspop

De pop heeft een donker grijs-groene schedel en wangen, de keel is gebroken wit en de nek grijsgroen. Vanaf de snavelbasis tot in de nek korte zwarte lengtestreepjes. Onder de wangen fijne lengtestreepjes. De bleekgele wenkbrouwstreep vertrekt van boven het oog naar achter breer uitlopend. De borst is gebroken wit, aan de buitenzijde van de borst loopt een fijne zwarte bestreping overgaand in de flank waar deze bestreping zwaarder wordt. Mantel en rugdek zijn donkergrijs-groen, iets bewaasd met fijne zwarte lengtestreepjes, iets grover dan bij de man. De geelgroene stuit is in de lengte zwart bestreept. De vleugelpennen zijn zwart met aan de buitenvlag een smalle geelgroene zoom, kleine en grote vleugeldekveren zwartbruin. Aan weerszijden bevinden zich op de vleugels vlak onder elkaar twee gele vleugelspiegels iets matter van kleur dan bij de man. Ook de staart heeft een spiegel-tekening. Poten donker vleeskleurig tot loodgrijs, nagels donkergrijs.
Oogring donker-bruin, pupil zwart.

Introductiepagina | Groenling | Merel | Sijs | Kneu | Spreeuwen | Huismus | Vink | Goudvink | Barmsijs

Ons adres:
Telefoon: (0345) - 518326
Mobiel:
E-mail: info@eckev.nl

Wilt u meer weten over het houden en kweken met de sijs, dan kunt u de Speciaaluitgave bestellen door Fl. 7,50 over te maken op Postbankrekening 3158484 of Rabobankrekening 304778079 te Heerenveen. Beiden rekeningen t.n.v. Penningmeester Speciaalclub Europese Cultuurvogels te Heerenveen onder vermelding van "Speciaaluitgave sijs".

Verder is de reproduktie te koop tijdens de bijeenkomsten in Houten en op Tentoo stellingen waar de Speciaalclub een stand heeft zoals de TT te Rosmalen en Arnhem.