Botvink met jongen.

Familie: Fringillidae. Benaming in het Engels: Chaffinch, in het Frans: Pinson des abres en in het Duits: Buchfink.

Kenmerken: lengte ongeveer 15 cm. Man onderzijde wijnrood, buik wat lichter. Kruin en nek leiblauw, voorhoofd zwart. Rug donkerroodbruin. Vleugel met twee witte banden. Stuit groenachtig, staart met witte rand. Popje heeft vleugel en staart bruiner, onderzijde lichtgrijsbruin; rug donkerolijfbruin. Man zo wel als pop hebben bruine poten.

Vlucht: wit schild en witte band om vleugel. Veel wit in staart. Golvende vlucht. Geluid: lokroep een herhaald en helder "pink", ook "wiet". Regenroep "ruut".

Biotoop: loof- gemengde en naaldbossen, parklandschap, parken en tuinen, lanen, in het polderland en in de steden.

Voedsel: allerlei zaden, vooral oliehoudende, kiemend zaad, vruchten en bessen, knoppen en insekten. Jongen worden met insekten grootgebracht.

Gezelschap: kleine of grote troepen van soortgenoten, soms bestaande uit een sekse.

Broedtijd: algemene broedvogel in Nederland en Belgie. Van half april tot juli.

Broedduur: 12-15 dagen. Hoofdzakelijk broedt het popje dat wordt gevoerd door de man. Beide ouders verzorgen de jongen, die het nest na 13-14 dagen verlaten, maar nog enige tijd gevoerd worden. Twee broedsels per jaar. Bigamie.

Nest: op verschillende hoogte, meestal aan rand van bos, open plek of weg. Kunstig nest van halmpjes, worteltjes, mos, spinsel, soms papier, touwtjes, bekleed met korstmos en gevoerd met haar en veertjes.

Legsel: gewoonlijk 4-5 eieren, soms 6 of 7. Lichtblauwgroen tot roodbruin met donkerbruine vlekjes en streepjes.

Kweekadvies:
Het kweken met vinken komt de laatste tijd steeds meer in trek. Vroeger waren er ook als wel mensen die bij gelegenheid enkele vinken hielden, echter toen werden vooral enkele mannen gehouden vanwege hun mooie zang. Vaak werden er ook vinkenzangwedstrijden georganiseerd. Hiertoe werden de vinken in speciale zangkooien gehouden en deze tak van sport is heden ten dage nog steeds erg populair. Buiten de broedtijd stelt de vink weinig eisen aan huisvesting en voeding, echter tijdens de kweek moet er wel voldoende levend voedsel ter beschikking worden gesteld om resultaten te behalen.

Huisvesting:
Vinken kunnen op verschillende manieren worden gehuisvest, zowel in kleine kooien, grote volieres als in speciale kweekvluchten. De voorkeur gaat uit naar een overdekte vlucht van 2m diep, 1 tot 2 meter breed en 2 m hoog. Waarin we koppelsgewijs kweken. Vinken kunnen zich in de broedtijd nogal agressief gedragen tegenover hun soortgenoten, omdat het territoriumvormers zijn. Wanneer we in een begroeide buitenvoliere kweken, kunnen we meerdere poppen bij een enkele man huisvesten. Het blijft echter oppassen geblazen.

Sommige verenigingen hebben de vink als logo genomen

Introductiepagina | Groenling | Merel | Sijs | Kneu | Spreeuwen | Huismus | Vink | Goudvink | Barmsijs

Ons adres:

Telefoon: (0345) - 518326
Mobiel:
E-mail: info@eckev.nl