De prachtige gekleurde goudvink mag sinds kort echt worden gehouden


Behoort tot de familie van de Fringillidae. In het Duits wordt hij Gimpel genoemd Kenmerken: lengte van ongeveer 14,5 cm. Het geslachtsverschil is duidelijk: De man heeft een zwarte kopkap en kin en een zware zwarte snavel. De bovenzijde is blauwgrijs, witte stuit en zwarte staart en zwarte vleugels met witte dwarsstreep. Onderzijde is rozerood, ook de zijkop. Bij de pop is bovenzijde donker grijsbruin, de onderzijde en zijkop licht rozebruin. Verder als de man, m.u.v. de bruinere kop.

Vlucht: is golvend, niet dansend. Opvallend witte stuit en vleugelstrepen. Leeft verborgen. Geluid lokroep zacht en melancholisch "djuub". Zang van man en pop is hees en onderdrukt, kwelen en fluiten met krassende geluiden. Fluit gemakkelijk na en is zeer goede zanger. Bewegen van de staart tijdens de zang.
Ideale winterharde voliere vogel.

Biotoop: gemengd bos met dichte ondergroei, dichtbegroeide parken, tuinen, kwekerijen, boomgaarden, bosranden e.d.

Voedsel: zaden en pitten, knoppen, minder insekten en larven.

Gezelschap: in paren of in familieverband. Wanneer in de natuur een goudvinkman gepaard is aan een pop, dan blijven ze bij elkaar. Men zegt zelfs voor het leven.

Broedtijd: vrij zeldzame en plaatselijke broedvogel in ons land. Vrij algemeen, maar plaatselijke broedvogel in de Ardennen. Van einde april tot juli.

Broedduur: 12 tot 14 dagen, hoofdzakelijk het wijfje broedt en wordt door het mannetje gevoerd. Beide vogels verzorgen de jongen, die na 12-16 dagen uitvliegen. Twee broedsels per jaar. Nest op manshoogte. Het is vaak een plat nest van takjes en strengels, soms mos gevoerd met worteltjes, haar of wat wol of veertjes.

Legsel: gewoonlijk 4-5 eieren zelden 6. Blauwachtig tot blauwwit met bruine stipjes, streepjes, soms vlekjes.

Broedgebied: Gr.Brittanie en Ierland en verder ten noorden van Portugal, Spanje, Midden Italie en Griekenland tot aan Noorwegen, Zweden en Finland.

Kweekadvies:
In het algemeen geldt dat de vogels - per koppel - dienen te worden ondergebracht in goed beplante volieres: ruime vluchten van minimaal 75 cm breed, minimaal 150 cm hoog en minimaal 150 cm diep.

Aankleding met wat groen verdient aanbeveling. Steek bijvoorbeeld ook wat coniferentakjes rond het nestkastje, dat geeft de nodige rust. De vogels bouwen zelf hun nest in de struiken met
cocosvezel, twijgjes en sisal als nestmateriaal.
Hiervan moet niet te weinig worden gegeven. Worden de eieren gelegd, dan kunnen ze zonodig worden geraapt en vervangen door stenen eitjes, tot dat het laatste eitje is gelegd.

Wordt de man agressief - hetgeen helaas wel eens voorkomt - dan kan hij in een TT-kooi worden geplaatst en vervolgens op de bodem van de vlucht worden gezet. Ook is het mogelijk de eieren bij een kanariepop onder te leggen.

Gaat alles naar wens, dan broedt de pop de eitjes uit en zal ze door de man worden gevoerd

Een belangrijke zaak is de voeding
Zorg voor een goed zaadmengsel,tropisch voer, onkruidzaden, trosgierst, zonnebloem en safflor pitten, fruit , eivoer,universeel,meelwormen of buffelo's zonodig aangevuld met wat vers eivoer en gekiemd zaad.

Goudvinken leven in paren of in familieverband

De noordse goudvink wordt veel als TT-vogel gehouden

Introductiepagina | Groenling | Merel | Sijs | Kneu | Spreeuwen | Huismus | Vink | Goudvink | Barmsijs

Ons adres:

Telefoon: (0345) - 518326
Mobiel:
E-mail: info@eckev.nl