Voor als U van vogels houdt
Nieuwe standaardeisen
Over de nieuwe standaardeisen van de kleurkanaries heerts nog veel onbegrip en onduidelijkheid.

Via de site van de ANBVV kunt u de nieuwe standaardeisen kleurkanaries 2006 downloaden.
Ze zijn wel in ..pdf formaat dus u heeft acrobat reader nodig. Deze is op internet zonodig te downloaden.

 

De informatie op deze pagina is grotendeels ontleend aan informatie van de Speciaalclub Kleur van de ANBvV. Voor nog uitgebreidere informatie kunt U op hun site terecht. Als U op de kanaries klikt komt U daar vanzelf.

 

KLEURKANARIE

De KANARIE is een graag geziene gast in menig huisgezin.

Oorspronkelijk komen de kanaries van de Canarische eilanden. Om hun aardige zang werden de wilde kanaries, die toen nog niet bijzonder mooi van kleur waren, ongeveer 400 jaar geleden door zeelieden meegenomen naar West-Europa. Men ontdekte dat deze vogels in gevangenschap gemakkelijk tot nestelen bereid waren. Ook werden ze gebruikt in de mijnen, als tijdige waarschuwing bij mijngassen. Voornamelijk in Duitsland, in het Harzgebergte kwam de kweek van (zang)kanaries tot volle bloei. Later door o.a. het kweken met de kapoetsensijs kwam het ontstaan van kleurkanaries tot ontwikkeling. Ook werden de vogels op vorm en houding gekweekt. Nu kunnen we een onderscheid maken in; zang-kanaries, kleur-kanaries en vorm/postuur-kanaries. Wat betreft de verzorging, voeding, huisvesting e.d. maakt voor het type kanarie weinig of geen verschil.

Kanaries zijn zaadetende vogels. In de natuur eten deze vogels weinig harde uitgerijpte zaden. Hun voedsel bestaat voornamelijk uit halfrijpe of gekiemde zaden; zachte plantendelen, insekten, spinnen, enz. In gevangenschap hebben zaadetende vogels een voorkeur voor: zaden waarmee ze zijn grootgebracht, die gemakkelijk te ontdoppen zijn en die een bepaalde vorm hebben. De smaak is eigenlijk van minder betekenis omdat zaden direct worden doorgeslikt. Regelmatige aanvulling van krachtvoer en vers groenvoer is noodzakelijk voor de nodige dierlijke eiwitten, mineralen en vitaminen. Ook vers drinkwater is belangrijk.

HUISVESTING:

Bij de huisvesting van onze vogels dienen een aantal punten onze bijzondere aandacht te krijgen.
a. Hokgrootte; i.v.m. aantal vogels. Een te kleine huisvesting zal aanleiding geven tot
  1. veel onrust

  2. veren pikken

  3. vervuiling - ophoping van mogelijke ziekteverwekkers.

b. Hokconstructie

  1. geen naden en kieren.

  2. goed schoon te houden

  3. niet vochtig

  4. plaats voor voer- en drinkbakken.

c. Klimaat

  1. ventilatie = af- en aanvoer van lucht.

  2. verwarming = afvoer verbrandingsgassen.

  3. vochtigheid = relatieve vochtigheid 60 - 70 procent.

  4. verlichting = a. hoeveelheid b. lengte van de dag c. soort verlichting.

VERZORGING:

Een goede verzorging draagt bij tot het verminderen van de kans dat ziekten zullen optreden. Punten van belang zijn; verzorging m.b.t. de conditie - voldoende eetgelegenheid - schoon drinkwater, badgelegenheid - ten onrechte gebruik van medicijnen, vitaminen - overdaad insekticiden - hygiene, vooral huishoudelijk schoonmaken. verzorging ter voorkoming van besmetting - schoonmaken (minimaal 1 x per week) - niet verwisselen van voerbakjes, drinkbakjes en badwaterbakjes. - bodembedekking, moet droog zijn - zieke vogels apart zetten - alleen kweken met 100 procent gezonde vogels - enten of laten enten tegen pokken - desinfecteren in geval van besmetting

Hier beperken we ons verder hoofdzakelijk tot de KLEURKANARIES

Daarbij onderscheiden we een tweetal hoofdgroepen:

VETSTOF en PIGMENT vogels


Vetstof vogels zijn streeploos.

Momenteel voorkomende kleuren zijn: GEEL , ROOD en WIT


Pigment vogels zijn in principe gestreept.

Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen ZWARTE bestreping en BRUINE bestreping.


Zwart gestreept zijn onder andere; ZWART-GEEL (voorheen GROEN) en AGAAT.

Agaat vogels hebben een gereduceerde zwarte bestreping.

Bruin gestreept zijn onder andere; BRUIN en ISABEL.

Isabel vogels hebben een gereduceerde bruine bestreping.

Bovenstaande pigment vogels hebben ook een BIJKLEUR (Vetstof) en dat kan zijn;

GEEL, ROOD of WIT.

Om het nog wat ingewikkelder te maken zijn er nog factoren die hun invloed hebben op de pigmentuiting en factoren die hun invloed hebben op de vetstof kleur.

Van invloed op de pigment-uiting zijn o.a. de factoren; Pastel, Opaal en Satinet.

Van invloed op de vetstof kleur is o.a. de factor: Ivoor.

Voor een overzicht van alle bestaande kleuren zie de onderstaande Standaard kleurkanaries


De kleur van de kleurkanarie wordt gevormd door en samengesteld uit melanine (pigment) en lipochroomkleur (vetstofkleur)

Melanine is een donkere kleurstof die bij de kanaries voorkomt in de bevedering, snavel, poten, nagels en de huid. We onderscheiden het melanine bij de kleurkanaries in twee vormen, te weten:  

  1. Eumelanine
  2. Phaeomelanine

Het eumelanine is hoofdzakelijk geconcentreerd in de rug- en flankbestreping, om en in de schacht van de veren en in de hoorndelen en pootjes. Eumelanine is donkerbruin tot zwart van kleur. Het phaeomelanine is het beige, grijsbruine tot bruine waas dat over gemelaniseerde vogels ligt.

Tot de gemelaniseerde kanaries rekenen we alle kleurkanaries die zichtbaar melanine in de bevedering en in de uitmonstering (poten, nagels en snavel) laten zien. De beide melaninen kunnen zowel gezamenlijk als afzonderlijk bij de vogels voorkomen. Voorts zijn er een aantal factoren die invloed hebben op de uiting van het melanine.
Deze zullen verder in de standaardeisen afzonderlijk worden behandeld.

Zowel het eumelanine als het phaeomelanine kunnen voorkomen in de gehele bevedering. Bij de gemelaniseerde kleurkanaries onderscheiden we vier basisgroepen. Dit onderscheid wordt gemaakt op basis van de kleur van het melanine:  

  1. De zwartserie
  2. De bruinserie
  3. De agaatserie
  4. De isabelserie

Alle gemelaniseerde kanaries danken hun kleuruiting aan de combinatie van melanine met een van de lipochroom- kleuren geel of rood, of de aanwezigheid van een van de lipochroomkleur beletters, de dominant-wit factor of de recessief-wit factor.
Bij de keuring worden het melanine en de lipochroomkleur apart beoordeeld.

De verschillende kleurslagen bij onze kanarie ontstaan doordat het melanine en het lipochroom beide, of een van beide, be´nvloed worden door een mutatie.

Keurschalen

Er worden een viertal schalen onderscheiden
Schaal 1    lipochroom met wit
Schaal 2    lipochroom met geel of rood
Schaal 3   melanine met wit
Schaal 4   melanine met geel of rood

De schalen worden onderverdeeld in de volgende rubrieken;

OVERZICHT SCHALEN MET RUBRIEKEN;

                                       Schaal           1         2         3           4

Melanine                                                                   30         30

Lipochroom                                        55       30       25         10

Intensief/schimmel/moza´ek                             25                     15

Bevedering                                          15      15       15          15

Grootte/vorm                                      15      15       15         15

Houding                                               10      10       10         10

Algemene indruk                                  5        5         5           5

Totaal                                                 100    100     100       100

Op te merken valt dat het maximum aantal toe te kennen punten voor kleur beperkt blijft tot 52 in elk van de vier keurschalen.
Het systeem laat toe in elk van de vier keurschalen een totaal van 93 punten te bereiken.

ALGEMEEN

In de eerste plaats vult de keurmeester de datum, kooinummer(s) en de juiste kleurbenaming in op de keurlijst. Alle tekortkomingen worden vermeld bij OPMERKINGEN.De omschrijving die hier neergezet wordt, moet overeenkomen met de puntenwaardering in de verschillende keurrubrieken.Heel belangrijk is ook om hier positieve bevindingen te vermelden. Als laatste handeling wordt het naamstempel en paraaf geplaatst ter verantwoording van de keuring.

Wanneer een keurmeester oordeelt dat een vogel in een bepaalde rubriek minder dan het aangegeven minimum aantal punten verdient, wordt deze vogel niet gekeurd.

De universele keurlijst is bestemd voor het keuren van stammen, stellen en enkelingen.

In schaal 3 en 4 van de keurlijst wordt in de eerste rubriek (melanine) de kwaliteit van het melanine beoordeeld. Hiervoor kan de vogel in theorie 30 punten behalen, in de praktijk bedraagt het te geven maximum 29 punten. Het minimum aantal punten in deze rubriek bedraagt 22.

Voor intensieve vogels geldt dat de bestreping smal, kort, onderbroken en in elkaars verlengde moet liggen, vanaf de nek naar de staart. Bestreping moet te zien zijn in de rug, vleugels en de flanken.

Overal moet het melanine van dezelfde kleurdiepte zijn, tenzij anders vermeld bij de beschrijving van de verschillende kleurslagen.

Bij de schimmelvogels mag de bestreping iets uitvloeien, waardoor deze iets breder wordt. Voor het bestrepingspatroon gelden dezelfde eisen als bij de intensieven.

Het phaeomelanine moet, bij de schimmelvogels, als waas over het rugdek, flanken en borst uitvloeien.

De kleur van de poten, nagels en snavel wordt beoordeeld bij het onderdeel melanine en wordt beschreven bij de uitwerking van de verschillende factoren.

Bij gemelaniseerde vogels kan bontheid voorkomen. Deze kan bestaan uit melanineloze veren, delen van veren, of  hoorndelen, zoals een kleurloze nagel of snavel.

Vogels welke melanineloze veren (bont), of melanineloze hoorndelen laten zien worden niet gekeurd. Te breed omzoomde pennen bestraffen we met  2 of meer punten aftrek, afhankelijk van de ernst van de geconstateerde afwijking ten opzichte van de standaardeis. Zijn de hoorndelen (uitmonstering) lichter dan het hoofdpigment, dan wordt een punt in mindering gebracht.

De lipochroomkleur kennen we in rood, geel of wit.
Wit houdt in het ontbreken van lipochroom (kleurloos).
In schaal 3 van de keurlijst wordt in de tweede rubriek de witte lipochroomkleur beoordeeld.
Hiervoor zijn 25 punten beschikbaar; in de praktijk wordt echter maximaal 24 punten gegeven.
Het wit moet helder zijn.
Bij vogels met de dominant-wit faktor moet in de drie onderste vleugelpennen een gele aanslag zichtbaar zijn. Bij deze kleurslag waarderen we dus de helderheid van het wit  samen met de hoeveelheid aanslag.
Deze aanslag mag alleen in de kleur geel aanwezig zijn. Als de kleur niet helder wit is, worden al naar gelang de afwijking punten in mindering gebracht. Als de aanslag storend is, dan straffen we dat door minimaal 2 punten in mindering te brengen.

Bij vogels met recessief wit als bijtint  beoordelen we de helderheid en de glans welke op de bevedering aanwezig is. Al naar gelang de fout worden punten in mindering gebracht.

In schaal 4 van de keurlijst, wordt in de tweede rubriek alleen de lipochroomkleur gewaardeerd. We geven in deze rubriek enkel en alleen punten voor de zuiverheid van de kleur. Hiervoor zijn 10 punten beschikbaar, in de praktijk worden maximaal 9 punten gegeven. Al naar gelang de geconstateerde afwijkingen worden punten in mindering gebracht.
Vogels welke sterk meerkleurig zijn krijgen het minimum van 4 punten in deze rubriek.
Ook bij de moza´eken wordt alleen de lipochroomkleur beoordeeld (niet de moza´ektekening)

In schaal 4 van de keurlijst, wordt in de derde rubriek alleen de intensief-, schimmel- of mozaiekfaktor gewaardeerd. In deze rubriek hebben we 15 punten tot onze beschikking. In de praktijk wordt maximaal 14 punten gegeven. Het minimum aantal toe te kennen punten in deze rubriek is 10. De goede intensieve vogels tonen absoluut geen schimmel. De lipochroomkleur moet in de totale bevedering aanwezig zijn en het uiteinde van iedere veer bereiken.
De grote pennen mogen iets lichter zijn dan de lichaamsbevedering. Zij moeten echter wel kleurstof bevatten en mogen niet storend afsteken tegen de rest van de bevedering.
Intensieve vogels moeten een korte, gladde en glanzende bevedering tonen. Elke vorm van schimmel doet daaraan afbreuk.

Indien een vogel niet glanst of er sprake is van een geringe schimmel dan brengen we altijd 2 punten in mindering. Al naar gelang er meer schimmel op de vogel aanwezig is worden meer punten in mindering gebracht.
Vogels welke veel schimmel laten zien geven we het minimum aantal van 10 punten.
Schimmel vogels tonen een heldere korte en gelijkmatige schimmel op de bevedering.
Is de schimmel te lang of te kort is er sprake van een slechte verdeling over de bevedering dan worden er al naar gelang de ernst van de afwijking punten in mindering gebracht.

Moza´ekvogels moeten een duidelijk afgebakende tekening laten zien, zoals verwoord in de standaardeisen. Buiten de aangegeven gekleurde gebieden zal de bevedering geen lipochroomkleur laten zien. Al naar gelang de tekening afwijkt van de standaardeisen worden punten in mindering gebracht.

ALGEMENE KEURTECHNIEK VOOR LIPOCHROOM KANARIES

Onder de lipochroom kanaries verstaan wij alle kleurkanaries die geen waarneembare melanine in de bevedering of hoorndelen laten zien.
Deze vogels moeten geheel eenkleurig zijn. Met uitzondering van de moza´ek.
De kleurkanaries met lipochroomkleur omvatten de exemplaren die in het bezit zijn van geel of rood

  lipochroom. met of zonder de ivoor-factor.

  De kleurkanaries zonder lipochroomkleur omvatten de exemplaren die in het bezit zijn van de witte grondkleur (dominant wit of recessief wit).

In schaal 1 van de keurlijst wordt de witte kleur beoordeeld.

In rubriek lipochroom staan ons 55 punten ter beschikking, in de praktijk worden maximaal 52 punten gegeven. Minimaal worden in deze rubriek 45 punten gegeven.

In de eerste plaats wordt hier de zuiverheid van de witte kleur beoordeeld. Al naar gelang er afwijkingen worden geconstateerd worden er punten in mindering gebracht.

Bij de vogels met de dominant witte kleur moet in de buitenste drie vleugelpennen een minimaal waarneembare gele lipochroomkleur aanwezig zijn, de zogenaamde aanslag. Indien deze aanslag stoort, worden er altijd 3 punten in mindering gebracht. Vogels welke melanine (bont) in hun bevedering of hoorndelen laten zien worden niet gekeurd.

In schaal 2 van de keurlijst, de rubriek lipochroom, wordt alleen de lipochroomkleur gewaardeerd.We beoordelen in deze rubriek enkel en alleen de zuiverheid van de tint.
In deze rubriek hebben we 30 punten tot onze beschikking. In de praktijk geven we maximaal 29 punten. Al naar gelang er afwijkingen worden geconstateerd, worden er punten in mindering gebracht.Vogels welke sterk meerkleurig zijn krijgen het minimum van 20 punten in deze rubriek.
Ook bij de moza´eken wordt alleen de lipochroomkleur beoordeeld (niet de moza´ektekening). Vogels welke melanine (bont) in hun bevedering of hoorndelen laten zien worden niet gekeurd.

In schaal 2 van de keurlijst, de rubriek verschijningsvorm, beoordelen we de intensief-, schimmel- of mozaiekfaktor.
In deze rubriek hebben we 25 punten tot onze beschikking, in de praktijk worden echter maximaal 24 punten gegeven. Het minimum aantal toe te kennen punten in deze rubriek is 18.
De intensieve vogels tonen absoluut geen schimmel. De lipochroomkleur moet in de totale bevedering aanwezig zijn en het uiteinde van iedere veer bereiken.
De grote pennen mogen iets lichter zijn dan de lichaamsbevedering, ze moeten echter wel kleurstof bevatten en mogen niet afsteken tegen de rest van het lichaam.Intensieve vogels moeten een korte, gladde en glanzende bevedering tonen. Elke vorm van schimmel doet daar afbreuk aan. Indien een vogel niet glanst, of wanneer er sprake is van geringe schimmel dan brengen we minimaal 2 punten in mindering. Al naar gelang er meer schimmel op de vogel aanwezig is worden meer punten in mindering gebracht. Vogels welke veel schimmel laten zien geven we het minimum aantal van 18 punten.

Schimmel vogels tonen een heldere, korte en gelijkmatige schimmel op de bevedering. Is de schimmel te lang of te kort of is er sprake van een slechte verdeling over de bevedering dan worden er, als naar gelang de ernst van de afwijking, punten in mindering gebracht.
Moza´ek vogels moeten een duidelijk afgebakende tekening laten zien, zoals verwoord in de standaardeisen.
Buiten de aangegeven gekleurde gebieden zal de bevedering krijtachtig wit zijn.
Al naar gelang de tekening of het wit afwijkt van de standaardeis, worden punten in mindering gebracht.

 BEVEDERING 15 punten.

In de praktijk worden maximaal 14 punten toegekend.
De bevedering moet goed aangesloten en strak tegen het lichaam worden gedragen en compleet aanwezig zijn.
Bij de beoordeling van de bevedering moet men zich er rekenschap van geven of men te maken heeft met een intensieve, dan wel een schimmel vogel. De schimmelvogels hebben meestal een iets langere bevedering, daardoor ook iets losser. Iedere vleugel dient 18 pennen te hebben en de staart 12. Soms constateert men dat een staart 13 pennen heeft. Hiervoor mag men niet straffen. Indien een gebroken, onvolgroeide of ontbrekende pen wordt geconstateerd straft men 2 punten. Iedere volgende fout met 1 punt, tot een minimum van 10 punten.  

Indien een vogel een spreidstaart, wenkbrauwen, oortjes of een open rugbevedering laat  zien straft men altijd met 2 punten. Bij het ontbreken van lichaamsbevedering straft men altijd met 2 punten. Bij ernstige beschadigingen geeft men het minimum aantal van 10 punten. 

GROOTTE/VORM. 15 PUNTEN

 In de praktijk worden maximaal 14 punten toegekend.
Met grootte bedoelt men de lengte van de vogel, welke is vastgesteld op 14 tot 15 centimeter (internationaal 13 tot 14 centimeter). Iedere afwijking naar boven of beneden wordt gestraft met minimaal 1 punt. 

Met vorm bedoelen we het model van de kanarie waarbij alles in de juiste verhoudingen is ten opzichte van elkaar.De vorm van de vogel is de som van een aantal verschillende onderdelen.
Snavel
Kort en vrij breed. Niet te lang omdat daardoor de kop een spits aanzien krijgt.
De bovensnavel moet goed op de ondersnavel sluiten
Iedere afwijking aan de snavel straffen we met 1 punt.

Kop
Een goed gevormde kop is rond en gewelfd en heeft een goede breedte.
Iedere afwijking aan de kop straffen we met 1 punt.
Een zogenaamd Borderkopje is een ernstige fout die met 2 punten bestraft moet worden.

Nek
Deze moet goed gevuld zijn en niet te lang. Een zeer lichte nekinval is toegestaan.
Iedere afwijking aan de nek  straffen we met 1 punt.

Borst
De borst moet rond, breed en goed gevuld zijn.
Een smalle, spitse of zware borst wordt als een ernstige fout gezien en bestraft met 2punten.

Rug
De rug moet een rechte lijn vormen vanaf de nek naar de staart en breed en vol zijn.
Een goede aansluiting
van de vleugels en de flanken is vereist.
Een holle rug is een ernstige vormfout en wordt altijd bestraft met 2 punten.
Iedere andere afwijking aan de rug straffen we met minimaal 1 punt.

Vleugels
De vleugels behoren aan te sluiten aan het lichaam. Ze komen op de stuit samen zonder elkaar te kruisen.
(zie rubriek houding).          

Staart
Moet  de rechte lijn vanaf de kop-nek-rug voortzetten. De lengte van de staart moet
in een juiste verhouding
staan tot het lichaam. Een te korte (niet volgroeide) of een te lange staart moet als een vormfout worden aangemerkt en wordt bestraft naar gelang de ernst van de fout met 1 of meer punten. (in dit geval ook straffen voor grootte).Het einde van de staart moet een ôVö vorm tonen.

Pootjes
De pootjes moeten iets gebogen en niet te lang zijn. Het bovenbeen (dij) moet gedeeltelijk zichtbaar zijn. Te
lange (stelterige) of te korte poten straffen we altijd met minimaal 1 punt. 

In de rubriek Grootte/Vorm wordt als minimum 10 punten gegeven.

HOUDING 10 punten

In de praktijk wordt maximaal 9 punten gegeven.
Onder houding wordt verstaan de stand van het vogellichaam t.o.v. het horizontaal (de stok waarop de vogel zit).
De houding moet half opgericht zijn en een hoek van 60 graden vormen met de horizontale as.
De ruglijn moet recht zijn.
Een vogel die zich rustig gedraagt en de juiste houding aanneemt krijgt hiervoor 9 punten.
Een vogel die zich rustig gedraagt, maar niet de juiste houding aanneemt wordt gestraft met 1 punt.Indien een vogel onrustig door de kooi beweegt, of op de bodem blijft zitten, dan straffen we dit altijd met 2 punten.
Een vogel die onrustig is zal ook op andere onderdelen punten verliezen, omdat deze dan niet goed waarneembaar zijn. Indien de vleugels kruisen kan dit een gevolg zijn van een verkeerde houding, een te smalle vogel, of te lange vleugels. Gekruiste of afhangende vleugels worden met minimaal 2 punten bestraft.
Minimum aantal punten bedraagt 6.

ALGEMENE INDRUK (Conditie) 5 punten.

In de praktijk geven we maximaal 4 punten (internationaal 5 punten).
In deze rubriek beoordelen we de algehele indruk die de vogel maakt. alsmede de  reinheid en de uiterlijke waarneembare gezondheidstoestand van de vogel.
Vuil in bevedering, snavel of pootjes wordt in deze rubriek bestraft.
Al naar gelang de geconstateerde tekortkoming wordt gestraft met 1 of meer punten. Bij een afgebroken nagel altijd 2 punten in mindering brengen. Bij twee afgebroken nagels niet keuren.
Minimaal wordt 1 punt gegeven.

ONHERSTELBARE GEBREKEN.

Bij het constateren van een onherstelbaar gebrek wordt de vogel NIET gekeurd en handelt men als volgt; het geconstateerde gebrek wordt op de keurlijst vermeld met als toevoeging ôGeen T.T. vogelö
In de kolom voor het toekennen van de punten wordt een streep gezet van links boven naar rechts beneden.
Onherstelbare gebreken zijn:

  •      Het missen van een teen of nagel
  •      Vergroeiingen aan nagels, poten of snavel
  •      Twee afgebroken nagels
  •       Lumps
  •       Het missen van een oog.
  •       Bontvorming

Bij vogels die ziek zijn handelt men op dezelfde wijze: men zet dan op de keurlijst:  Vogel is niet in TT conditie (ZIEK) Men laat deze keurlijst mede ondertekenen door de verantwoordelijke persoon van de vereniging.

Fraude.

We spreken van fraude als eer stoffen aan de buitenzijde van een vogel zijn aangebracht met als doel gebreken te maskeren. (bijvoorbeeld het aanbrengen van kleurstoffen op bevedering en/of hoorndelen.)

 

Kleurkanaries | Zangkanaries | Vorm- en Postuurkanaries | Tropische vogels | Parkieten | Europese Cultuurvogels | Duiven en kwartels