De Noordhollandse of Noordse frise

NOORDHOLLANSE FRISE. "Frisť van het Noorden"

De benaming van deze frisť werd in 1992 door de COM. gewijzigd in "Frisť van het Noorden".

Bij internationale keuringen moeten wij ons daar dan ook aan houden, maar in eigen land blijven we gewoon over Noord Hollandse frisť spreken. De oorsprong van de frisť's is moeilijk te achterhalen. De naam "Hollandse" is geen bewijs dat de vogel in ons land is ontstaan, hoewel in vele boeken Holland wel als oorsprong wordt genoemd. De naam Hollander was destijds een algemene aanduiding voor alle kanaries met krulveren, waarbij wel wordt aangenomen dat de eerste vogels die enkele krullende veren lieten zien wel uit de Nederlanden afkomstig waren.

De benaming "Noord Hollandse" duidt waarschijnlijk meer op de streek ten noorden van Parijs, waar de Frisť Roubaix en de Frisť Picard vervolmaakt werden. Dit zijn dan ook waarschijnlijk de voorouders van onze huidige frisť's.

De Noord Hollander behoort tot de groep van de lichte frisť soorten, waartoe we ook de Zuid Hollandse frisť, Gibber Italicus, Giboso Espagnol, Zwitserse frisť en de Fiorino rekenen. Met de zware frisť's bedoelen we dan de Parijse frisť, Padovan en de Makige frisť.

De lichte frisť's hebben allen drie groepen krulveren, namelijk borst-, rug- en flankkrulveren, in tegenstelling tot de zware frisť's die over het gehele lichaam krulveren moeten hebben.

Om een goed verschil tussen de Noord- en de Zuid Hollandse frisť te hand-haven moeten we goed letten op de houding van deze frisť. De Noord Hollander zit wel opgericht, maar zijn poten mogen nooit helemaal gestrekt zijn, zij moeten licht gebogen zijn. De houding van de vogel moet een hoek van " 60E vormen met het horizontaal. Dit betekent dat de rug staartlijn in elkaars verlengde moeten liggen.

De regelmaat van de bevedering is erg belangrijk, naast een goede symmetrie van de mantel, is het belangrijk dat de flankrulveren naar boven krullen dus in de richting van de schouders en niet naar de stuit gericht zijn wat vaak voor-komt. De borstkrulveren vormen een gesloten schelp, met kleine krulveren aan de boven en onderzijde, dus geen open mandje.

Veel aandacht moeten we besteden aan de kop, hals en onderlichaam. Deze drie gebieden moeten volledig glad bevederd zijn. Ten aanzien van de broekbevedering moeten we er echter wel rekening mee houden dat de bevedering hier nooit zo glad zal zijn als bij de niet gefriseerde rassen, dit omdat voor een goede krulling van de veren een vrij lange bevedering noodzakelijk is.

Ook krullende nagels moeten we als een ernstige fout aanmerken.

 

Introductiepagina Postuurkanaries | Frise-kanaries | Glosters | Border | Berner | Belgische bult | Scotch fancy | Five fancy | Munchener | Lizard

Ons adres:

Telefoon: (0345) 518326
E-mail: h.rens@cable4u.nl