Alleen mannetjes kanaries zingen

Kanaries kweken
Door: Clint.

Je zou zeggen, daar weten we het fijne wel van. In de praktijk blijkt dat hier en daar nog wel eens tegen te vallen. De meeste onder ons kweken al jaren kleur- of postuurkanaries. Maar, gaat de kweek ook altijd precies zoals we dat wensen? Zelf denk ik van niet en ieder jaar hoor je weer berichten dat her en der de kweek weer te wensen heeft over gelaten. Ook dit jaar weer. Volgens mij is dat niet nodig. Aan de hand van dit artikeltje wil ik proberen uit te leggen waarom ik dat vind.

Als we aan de kweek denken hebben we al snel het beeld in ons hoofd van de broedkooi met een nestje er in ( of aan) en gemakshalve maar even twee vogels. Is dat eigenlijk wel zo, begint de kweek daarmee? Naar mijn idee niet en ik ben niet de enige die er zo over denkt. Direct na de ruitijd begin ik al te denken over de volgende kweek. Nog voordat er een vogel naar welke tentoonstelling dan ook geweest is. Vrijwel altijd houd ik voor de kweek alleen poppen aan uit de eerste ronde, domweg omdat deze vogels bij aanvang van de kweek ouder zijn. Natuurlijk is er wel eens een uitzondering op deze regel, niemand verklaart je voor gek als je een heel mooie pop uit de tweede ronde aanhoudt. Maar als het verschil niet echt groot is dan kies ik voor de pop uit de eerste ronde. Voor mannen gaat dit nog meer op, liever een goede overjarige man dan een uit de tweede ronde.

Dat sorteren doe ik zoals gezegd na de ruitijd, ongeveer eind augustus, begin september. Mijn vogels zijn dan zover dat het wel te bekijken is. Hier en daar zijn er nog vogels met wat koprui of vogels die anderszins nog niet geheel klaar zijn, maar selecteren kan dan toch goed. Rond die tijd heb ik de vogels toch in handen om de t.t. vogels uit te zoeken. Na enkele weken bekijk ik de uitgezochte kweekvogels nog een keer en diegene die voor wat betreft gezondheid door de mand vallen worden er weer uitgehaald. Mocht er later nog een twijfelgeval voordoen dan gaat ook deze op de transferlijst.

Rond de tweede helft van oktober haal ik de poppen uit de buitenvlucht. Ze gaan apart in een vlucht in hetzelfde vertrek als de t.t. vogels. Vaak haal ik de mannen een of twee weken later naar binnen omdat het weer me dan niet meer aanstaat. Hoe zit het met het licht rond deze tijd zult u misschien denken. Wel, in principe verleng ik de dag nu niet. De vogels hebben licht van ong. 08.00 uur tot 17.00 uur uiterlijk 17.30 uur. Dit geldt zowel voor de kweek- als de tentoonstellingsvogels. Zo heb je ook vrijwel nooit een t.t. vogel die in de rui valt. Als u zich hieraan houdt en als de t.t. commissies zorgen voor zo weinig mogelijk dagen met extra licht weet ik zeker dat u geen vogels in de rui krijgt.

Een goed zaadmengsel, twee maal per week een bakje eivoer (voor de roodkwekers natuurlijk zonder roodvoer), regelmatig een badje en af en toe een heel klein beetje groenvoer is dan voldoende. Let scherp op de gezondheid van de vogels en zeker ook op de mest. Is de mest te waterig stop dan even met het groenvoer. Af en toe sluip ik ’s avonds even naar boven om te horen of er misschien een zg. smakker tussen zit. Deze vogels vliegen er ook uit, zelf verkoop ik deze vogels (en andere twijfelgevallen) nooit. Ook op een vogelbeurs horen alleen kerngezonde vogels thuis. De vogelbeurs is uiteindelijk de uitgelezen mogelijkheid om nieuwe liefhebbers op het juiste pad te helpen. Dit doen we niet door hen zieke of minder goede vogels te slijten! Sorry, maar dat moest er even uit.

De tweede helft van december, ongeveer 6 weken voor ik wil gaan kweken, begin ik met het opvoeren van het licht. We gaan direct naar twaalf uur licht. Dit gaat in een sprong. De vogels weten nu dat er iets staat te gebeuren. Er zijn mensen die dan een ietsje tarwekiemolie aan het eivoer toevoegen. Zelf deed ik dat vroeger ook, tegenwoordig niet meer. Bij aanvang van de kweek moet dit zon 15 uur zijn. Iedere week dus een half uurtje erbij. Zelf doe ik twee maal per week een kwartiertje. Dit hoeft echt niet precies op de vijf minuten, maar enige regelmaat kan geen kwaad. U weet dan zelf ook nog waar u bent gebleven. Na een week of vier geven we de roodfactorige kanaries weer wat rood door het eivoer en we gaan de poppen even testen. We doen in hun vlucht wat nestmateriaal en kijken wat ze er mee doen. De eerste keren zullen ze er alleen maar een rommeltje van maken, maar na de vijfde week zie je de poppen met grote "snorren" nestmateriaal druk door de vlucht gaan. De mannen in een vlucht daarboven reageren dan al duidelijk op de poppen en ook andersom. In deze periode is de temperatuur ongeveer 15 graden. We gaan nu zorgen dat de broedkooien ( hotelkamers) geheel gereinigd en ontsmet worden.

Tot nu smeerde ik de naadjes en nestbakjes altijd even in met U3, maar dit spul is uit de handel genomen. Nu doe ik het nog met een voorraadje U2 dat ik nog heb, maar daarna zal ik moeten omzien naar een ander product. Ik heb begrepen dat Ocepou en Ardap, goede vervangers zijn. Zelf doe ik aan wisselbroed, wat betekent dat een man meerdere poppen krijgt. De poppen worden in de broedkooien gestopt nadat ik de nageltjes heb geknipt. Eventuele overtollige bevedering rond de aarsstreek wordt verwijderd, ook wordt zonodig de bovensnavel even bijgeknipt. De vogels behandel ik ook nog met een weinig Birdspray tegen vogelmijt. Alle mogelijke ongedierte waar we de vogels voor de kweekperiode vanaf helpen, geven ze ook niet door aan de jongen. Als we de vluchten (en stokken!) in de tussenliggende periode goed schoon hebben gehouden en de vogels inderdaad regelmatig hebben laten badderen hoeven we geen pootjes of bevedering schoon te maken. Een gezonde vogel zal in een schoon hok altijd schoon zijn. Houdt de vluchten alleen wel zo droog mogelijk.

De poppen die het meest broedrijp zijn krijgen nu een man en we kijken op ons gemak hoe de vogels op elkaar reageren. Mocht het tot een echtelijke twist komen dan niet meteen de man weghalen. Loopt het de spuigaten uit dan zetten we de man bij een andere pop. Later proberen we het nog een keer met de door ons gewenste combinatie. Het wil nog wel eens helpen door de man ’s avonds bij schemering bij de onwillige pop te plaatsen. Als de vogels ’s ochtends wakker worden bij elkaar zijn de problemen al vaak een stuk minder. Of de vogels veel ruzie maken kunt u controleren aan de hand van de bodembedekking, het ligt dan aan de buitenkanten van de lade. Maken ze geen ruzie dan ligt het zand, houtsnippers of houtmot netjes verspreid zoals u het er had ingedaan. Als het met deze combinatie echt niet gaat moet u een andere oplossing bedenken. Bijvoorbeeld een andere man of even afwachten, misschien is de pop er nog niet aan toe. Misschien doet de pop het wel in een andere kooi. Een overjarige pop zet ik bijvoorbeeld altijd in dezelfde kooi waarin ze het jaar daarvoor goed heeft gedaan.

Langzamerhand zullen steeds meer poppen een nest gaan maken, de man wisselt dan ook iedere dag 1 of 2 keer van kooi. Na een paar dagen zal hij er al aan gewend zijn en rustig blijven zitten als we met de hand kalm de kooi in gaan, terwijl we rustig tegen hem praten. Tegen de tijd dat de nesten klaar zijn moet de temperatuur opgevoerd zijn naar een graad of 19-20. De jonge poppen krijgen dan geen legnood. Als de poppen eenmaal, twee of drie eitjes hebben gelegd hoeft de man er niet meer bij.

De eitjes halen we iedere morgen netjes weg en leggen er een kunsteitje voor in de plaats. Volgens mij maakt het niet veel uit of je de eitjes bewaart op zand of zaad. Voor beide zijn evenveel voordelen als nadelen op te noemen. Af en toe even omdraaien en altijd op de zijkanten leggen! De dooier kan anders door het eiwit in de luchtkamer komen, en het ei komt nooit meer uit. Als het 4e eitje gelegd is dan geven we ze weer aan de aanstaande moeder terug. Doe dit zo mogelijk ’s ochtends want dan komen de eieren overdag uit. De pop geven we tijdens het broeden nog steeds af en toe een badje, zo zullen de eieren ook niet snel uitdrogen. We zorgen natuurlijk wel dat de hygrometer tussen 55 en 65 staat. Eventueel kunnen we de eitjes vanaf de tiende dag ook wat nat maken door met natte vingers een ietsje over de eitjes te spetteren.

Op de dag dat de eitjes uit moeten komen halen we het zaad bij de pop weg en geven we haar een weinig eivoer. Kijk of de pop de jongen niet meteen volpropt, de jongen maken dan de dooierrest in de buik niet op. Als hiervan resten in de buik van het jong achterblijven kan het jong na een dag of 5 sterven aan een infectie. Na het ringen gaan we weer een beetje hard zaad geven, na de tiende dag weer wat meer. Dit houden we zo tot de jongen uitvliegen, dan geven we 50% zaad en 50% eivoer.

Voor de jongen kunnen we het zaad eerst kneuzen of even in de koffiemolen licht malen. Tot na de jeugdrui horen de vogels 50% eivoer en 50% zaad te krijgen. Let aan het einde van een kweekronde wel goed op of de pop de jongen niet gaat plukken, het is natuurlijk verschrikkelijk zonde om vandaag prachtige jongen te hebben en morgen alleen nog kale kippetjes. Zet de jongen eventueel in een vluchtje bij een voerende man. Als een man eenmaal voert, geeft hij ieder jong dat bedelt wel wat. Ze leren dan ook snel zelf hun kostje bij elkaar te scharrelen. Aan het eivoer kun je nog wat geweekt raapzaad toevoegen of van die speciale yoghurt (bio-garde) die ook goed is voor de heel jonge vogels. De darmflora wordt er door gestimuleerd.

In de broedkooi voert u natuurlijk niet een beetje eivoer bij. Eerst de bakjes leeggooien en dan weer nieuw er in doen. Bederf, schimmels en andere viezigheden liggen zeker bij het eivoer op de loer. Zet ook nooit bakjes met eten in de kooi, de vogels laten hun ontlasting er in vallen en de jongen krijgen het weer naar binnen. Als baby mag je van je ouders iets beter verwachten.

Des te warmer en vochtiger u het heeft in de vogelkamer, des te meer kans op bloedluis. Controleer de nestjes regelmatig. Bloedluis is oorzaak nummer EEN bij een slecht broedseizoen. Ik heb al zo vaak gehoord dat men geen luisjes had terwijl het ongedierte welig tierde bij onderzoek. U kunt hier niet scherp genoeg mee wezen.

De jonge vogels blijven, nadat ze zelfstandig zijn, apart van de oude vogels. U zult dus de beschikking moeten hebben over twee volières. Dit doen we, om de jongen te vrijwaren van mogelijke bacteriën, die de oude vogels met zich meedragen. Laat niet teveel zonlicht toe in het vogelhok, de vleugel- en staartpennen blijven op die manier mooi doorgekleurd. Zorg voor voldoende ventilatie. Laat de ventilator in de ruimte blazen, zodat een overdruk in het vogelhok ontstaat. Op die manier hebben de vogels altijd voldoende zuurstof.

U kunt uw vogels ook nog beschermen tegen Megabacterie, door éénmaal per week, vijftien milliliter biologische appelazijn, aan één liter drinkwater toe te voegen.

Veel succes.

Alle kanaries zingen ongeacht of het nu zang, vorm-, postuur of kleur kanaries zijn.
De echte zangkanaries zijn de harzers, de waterslagers en de timbrado's

Introductiepagina | Verwante koppelingen | Wedstrijdkalender | Activiteiten 2002 | Tentoonstelling | Uitslagen
| Aanmelden leden en contributie | Informatie over vogels | Vraag en Aanbod | Laatste nieuws

Ons adres:
Merwedestraat 3 4105 GL Culemborg

Telefoon: (0345) 518326
Bgg: (0345) - 518326
E-mail: info@eckev.nl