Het vrouwtje legt maximaal negen eieren die na twee weken uitkomen

Rijstvogels
Oorspronkelijk was de rijstvogel een eilandbewoner, die alleen op Java en Bali leefde. Reizigers en vogelhandelaren namen hem mee naar de Filippijnen en Thailand. Tegenwoordig voelt deze fraaie prachtvink zich overal in Azië thuis.
De boeren beschouwen hem daar even schadelijk als bij ons de mus omdat hij de oogst zou plunderen. Hij heeft zich goed verspreid en nestelt in de onmiddellijke omgeving van de mensen, in de steden, onder de daken van huizen, in parken en schuren.
Oorspronkelijk voedde de vogel zich met wilde rijst, maar daar laat hij het niet meer bij. Zij eten allerlei zaden, maar ook etensresten. Alleen tijdens de rijstoogsten herinneren zij zich hun basis voeding en strijken dan in zwermen neer in de sawa's. Ze zijn totaal niet onder de indruk van vogelverschrikkers, het geschreeuw van mensen of andere pogingen om hen te verdrijven. Geen wonder dat de rijstvogel gemakkelijk te fokken is. Hij is niet schuw tegenover mensen en heeft een sterke maag. Ook in gevangenschap broedt hij zonder problemen. Met hun 14 cm hebben ze wel een ruime kooi nodig.
Tijdens de balts tonen zij zich van hun vriendelijke kant, met uitgestrekte benen en een zuivere zang danst het mannetje voor het vrouwtje. Weldra wordt er dan ijverig aan een nest geknutseld, dat enorme afmetingen kan aannemen. Een parkietennestkastje kunnen ze daarbij goed gebruiken, wat ze daarna stofferen met alles waar ze maar met hun snavels bij kunnen. Daarna legt het vrouwtje maximaal negen eieren, die na twaalf tot 15 dagen uitkomen. Na drie weken verlaten de kuikens, na door beide ouders gevoerd te zijn, het nest en zijn dan herkenbaar aan hun afwijkende snavelkleur: zwart bij de grijze en bleek bij de witte rijstvogels.
Grijs wordt als de oerkleur van de rijstvogels beschouwd en is nog steeds de meest voorkomende kleurslag. De bruine rijstvink is een aparte ondersoort en dus geen fokproduct.

De witte rijstvogels komen ook in de natuur voor, maar werden in de vorige eeuw ook al gekweekt door de chinezen. Let op: dit zijn geen albino vogels, ze hebben namelijk zwarte ogen!
Daarnaast zijn er crèmekleurige rijstvogels (isabel) met een bruine kop, deze vogels hebben juist wel weer rode ogen.

Terug naar de home-page

Voeding en verzorging
Wie zijn vogels het hele jaar door gevarieerd voert hoeft het voer niet aan te passen aan de jongen. Gevarieerd wil zeggen: een prachtvinkenmix, trosgierst en veel groenvoer. Wie in de zomer halfrijpe grassen en onkruiden in de volière brengt zorgt ook voor wat kleine insecten, die ze graag opnemen. De zgn. paddy is dus beslist geen voorwaarde voor een geslaagde kweek, hoewel ze het wel graag eten.
Rijstvogels kunnen heel goed in een volière, mits ze in de winter over een vorstvrij binnenhok kunnen beschikken. Ze zijn zich ook van hun kracht en pracht bewust en dus niet de meest vriendelijke volière bewoners voor de kleine tropische prachtvinken. Ze kunnen daarentegen uitstekend samen worden gehouden met kanaries, grasparkieten of de kleinere Australische parkieten.

Kleurkanaries | Zangkanaries | Vorm- en Postuurkanaries | Tropische vogels | Parkieten | Europese Cultuurvogels | Duiven en kwartels

Ons adres:

Telefoon: (0345) - 518326
E-mail: info@eckev.nl