Diamantduifjes
Na de Lachduif is de Diamantduif (Geopelia cuneata) de meest gekweekte wilde duivensoort die men in de Nederlandse volières kan vinden. Zij hebben hun naam te danken aan de vlekjes die als edelstenen over de grijsblauwe vleugels gestrooid liggen.
De Diamantduif, de kleinste duivensoort ter wereld, is één van de drie soorten uit het geslacht Geopelia.
De andere twee zijn de Zebraduif (G. striata) en Roodnek Zebraduif (G. humeralis). Deze drie soorten leven allemaal in Australië, terwijl de Zebraduiven ook nog in Nieuw-Guinea en Zuidoost-Azië voorkomen. Hoewel veel mensen hun afkomst niet eens weten (helaas worden veel dieren nog steeds gekocht zonder vooraf informatie in te winnen) moet men rekening houden met het klimaat waar ze van oorsprong in leven.
Een allerliefst dwergduifje, zeer levendig, verdraagzaam en vlug vertrouwd met de verzorger. De man en de pop zijn moeilijk te onderscheiden, bij het baltsen spreidt het mannetje de staart uit.Voor de rui zijn de jonge duifjes van de doffers te onderscheiden aan de meer bruine kleur van kop en hals. Na de rui zijn de geslachten moeilijker vast te stellen. Het spreiden van de staart is dan het beste herkenningsteken van de doffer.  Het oog is door een grote rode ronde ring omgeven. Bij de dioffer is deze ring breder en order dan bij de duivin.
Een volwassen paartje gaat al gauw in een kanariekastje, een kleine korfje of een verlaten open nest van andere vogels tot broeden over. De twee eitjes worden dertien dagen bebroed. Als de jongen tien dagen oud zijn, verlaten ze het nest. Drie weken later beginnen ze al te verkleuren.
Diamantduifjes broeden verschillende keren achtereen, maar de jongen moeten, wanneer ze zelfstandig zijn, worden verwijderd.
Lengte: 20 cm; Land van herkomst: Australië.

Van de Diamantduif zijn veel kleurvarianten bekend, zoals wit, witstuit en pastel. Echter, een zuivere Diamantduif zoals ze in het wild zijn te vinden hoeft men niet in volières te verwachten.
In het vraagprogramma van de ANBvV worden de volgende kleurslagen gevraagd:

DIAMANTDUIVEN
01 Wildkleur
02 Bruin
11 Pastel grijs
12 Pastel bruin
13 Overgoten wildkleur
14 Overgoten bruin
20 Witstuit wildkleur
21 Witstuit bruin
22 Witstuit pastel
23 Witstuit pastel bruin
30 Wit
40 Nieuwe Mutaties en mutatiecombinaties

Door op de onderstreepte kleuren te klikken komt u bij hun standaard eisen.

Australië kent een strenge im- and export wetgeving welke het vrijwel onmogelijk maakt om nog aan wilde dieren te kunnen komen uit dit prachtige land. De echte wildkleur is nog wel in grote mate aanwezig bij de liefhebbers (het duivinnetje zal steeds wat matter en bruiner van kleur zijn dan de doffer).

Huisvesting en verzorging

De Australische warmte is iets wat ze in ons deel van Europa moeten missen, zeker als ze buiten in een open volière worden gehouden. Gelukkig kunnen Diamantduiven vrij goed tegen ons klimaat, maar het is aan te bevelen ze tijdens koude winters toch tijdelijk naar een beschutte of vorstvrije ruimte te verplaatsen.
De duifjes worden ook nog wel eens het hele jaar door binnenshuis gehouden en dan heeft men natuurlijk geen problemen met vogels die kou lijden.
Behalve eventuele koude winters zijn er weinig problemen die voor het houden van Diamantduiven in de weg kunnen staan. Natuurlijk moet de volière zo worden afgesloten dat de duifjes er niet uit weg kunnen, en vijanden er niet in. Het zijn vreedzame volièrevogels die zonder problemen samen gehouden kunnen worden met zangvogels of kwartels. Het is zelfs mogelijk meerdere paren bij elkaar te houden, hoewel de volière dan wel groot genoeg moet zijn. De mannetjes kunnen tijdens de broedperiode namelijk wel eens tegen elkaar uitvallen.Waar men ook rekening mee moet houden is dat de duiven niet té drukke medebewoners hebben die hun broedperiode kunnen verstoren. Omdat de vogels van oorsprong uit droge gebieden komen hebben ze niet veel behoefte om te baden.Rivierzand op de bodem van de volière is uitermate geschikt voor de duiven omdat ze zo altijd op een droge bodem naar zaadjes en andere voedsel kunnen zoeken. Dit is iets wat Diamantduifjes graag doen: op de bodem 'rondscharrelend' zoeken naar voedsel.

Wat voedsel betreft zijn Diamantduiven ook niet moeilijk; een zadenmengsel voor kleine tropische vogels is geschikt. Als de volièrebodem uit rivierzand bestaat is het niet nodig om maagkiezel of grit te kopen, maar zou dit niet het geval zijn, dan is dit wel nodig om de spijsvertering een handje te helpen. Zonder maagkiezel of grit zou de maag namelijk de zaadjes niet fijn krijgen wat verdere spijsvertering onmogelijk maakt.

Om het de duifjes  zo aangenaam mogelijk te maken is het goed als er enkele grote en kleine takken in de volière staan waarop ze graag zitten. Vooral aan de zijde waar de zon vaak schijnt zitten ze graag op een tak of in de klimop (Hedera helix) die tegen een paal naar boven groeit. Het verdient aanbeveling op verschillende  plaatsen nestkommetjes op te hangen (bv van een doorgezaagde kokosnoot) zodat ze zelf een geschikt plaatsje kunnen uitzoeken.

 De duifjes leggen twee eieren na elkaar die afhankelijk van de buitentemperatuur ongeveer 14 dagen worden bebroed.
Opeen leeftijd van 13-14  dagen oud) vliegen de jongen uit: dit zijn (bijna) altijd een doffer en een duivinnetje.
Vrij kort nadat de jongen zijn uitgevlogen begint het duivinnetje aan een nieuw broedsel. De jongen worden dan door de doffer nog een tijdje gevoerd. Kweken met de Diamantduif is erg leuk en helemaal niet moeilijk!

 

Introductiepagina duiven en kwartels | Chinese dwergkwartels | Japanse kwartels | Tandkwartels | Patrijzen en frankolijnen | Echte kwartels | Vechtkwartels | Lachduiven | Diamantduiven | Overige duiven

Ons adres:

Telefoon: (0345) 518326
E-mail: Vanwege het grote aantal besmette e-mail zijn we helaas gedwongen het e-mail adres te verwijderen. Neemt u aub telefonisch contact op