|
Huisvesting
Als na enige tijd, gemiddeld na zo'n vier weken,de vogels nog in goede conditie zijn, dan kunnen ze in de voor hen beschikbare ruimte worden ondergebracht. Hoe, waar en waarin hangt van allerlei factoren af, zoals de accommodatie bij de liefhebber en wat zijn doelstelling is. Wil hij met de vogels kweken of houdt hij ze alleen maar voor de zang. ln dit bestek ga ik er van uit dat het de bedoeling is dat de vogels
tot voortplanting komen. Met name de kleinere soorten komen in de broedkooi redelijk tot broeden. De praktijk wijst ook uit dat de grotere soorten beter in de voliere te kweken zijn. Is men aangewezen op de broedkooi dan moet die wel voldoende ruimte bieden, maar wat is ruim. In het boek 'Kweken met vogels' schreef Cees van Berkel indertijd dat de breedte van een kooi 7 x zo groot moet zijn als de lengte van de vogel; de diepte van de kooi 3 x de lengte van de vogel en de hoogte 4 x de lengte van de vogel! Met andere woorden, een mozambiquesijs is 11 cm groot en de kooi waarin een paartje van deze soort wordt gehuisvest moet dan volgens deze formule minimaal 7 x 11 cm is 77 cm breed zijn, 3 x 11 is 33 cm diep en 4 x 11 is 44 cm hoog. Deze vuistregel acht ik ook in dit verband wenselijk. Let wel, een kooi kan nooit te groot zijn. Voor men vogels wil kweken moeten wij ze daar echt de ruimte voor geven.
In een van drie dichte wanden voorziene broedkooi voelende vogels zich in zekere zin veilig en geborgen. Er is een goede controle op ze uit te oefenen en de vogels zelf worden het minst verstoord. In de voliere zullen de meeste Cini soorten zich het beste thuis voelen en in het algemeen ook wat gemakkelijker tot broeden komen. Zo'n voliere moet dan wel aan bepaalde eisen voldoen. De buitenvlucht bijvoorbeeld dient rijkelijk beplant te zijn. Coniferen, dennetjes,buxus, vuurdoorn, vlier etc. lenen zich hiervoor uitstekend. Struiken en planten bieden de vogels extra beschutting, ruime gelegenheid tot nestbouw en een extra aanvulling op het menu, doordat het groen ook insecten aantrekt die door de vogels gesnapt kunnen worden.
Tevens moet aansluitend op de buitenvlucht een goed, droog en tochtvrij binnenverblijf gebouwd zijn. Als de mogelijkheid er is om die binnenruimte tijdens strenge koude nog wat te verwarmen is dat helemaal ideaal. Het is namelijk aan te bevelen om de cini's, zeker waar het pas geimporteerde vogels betreft, op z'n minst vorstvrij te laten over-winteren. Immers de meeste soorten komen uit tropische en subtropische gebieden en extreem lage temperaturen kunnen ze niet aan, zeker waar het die vochtige koude betreft zoals we die in ons land kennen. Het is evenwel ook niet nodig om ze in de winter echt warm te houden, integendeel zelfs. Temperatuurverschillen veroorzaakt door de jaar-getijden kunnen ze heel goed verdragen en die zullen in het algemeen ook een goede uitwerking hebben op hun hormonen huishouding.
De bereidheid tot broeden ligt in het algemeen ook bij koud gehouden vogels vogels hoger dan bij die welke de winter in een echt verwarmde ruimte hebben doorgebracht.
Klik hier voor nog meer informatie over huisvesting en
verzorging
|
|