|
Grijsnek cini, Serinus canicollis.
Verspreiding en ondersoorten: S.c.flavivertex, Ethiopie tot Noord Tanzania; S.c.sassii, Zuid Zaire tot Noord Malawie; S.c.huillensis, Centraal Angola; S.c.griseitergum, Oost Zimbabwe; S.c.thompsonae, Transvaal en noordelijke Kaapprovincie; S.c.canicollis, Kaapprovincie. Lengte 13 cm. De popjes hebben een kleinere geelgroene keelvlek en de grijze band om de nek en hals is rondom gesloten. Op het rugdek zijn zij veelal bruiner van kleur en sterker bestreept. Tussen de ondersoorten zijn geringe tot wat grotere uiterlijke verschillen. De soort wordt ook wel Kaapse kanarie genoemd.
|
|