Koppeltje Alorivinken


Alorikanarie Serinus alario.
Verspreiding: Kaap tot Oranje Vrijstaat en Nathal in opengebied met stuikgewas.

Lengte 14 cm.

De kop, nek en keel van de man zijn zwart, aan weerszijden van de borst een zwarte streep. De vogel heeft een witte kraag, de bovendelen zijn kaneelkleurig rood, de onderdelen wit.
Het vrouwtje is bleker, bruinachtig grijs zonder zwart en ze heeft lichtbruine onderdelen.
De ogen zijn donkerbruin, de snavel is zwartachtig, de poten donkergrijs.
Bij de ondersoort Serinus alario leucolaema (zie onderstaande afbeelding) heeft het mannetje een witte keel en een wit gezicht.

Voor de Alorivinken is een ruime goed beplante voliere nodig. De soort gedraagt zich niet altijd even vriendelijk tegenover de kleine vinkensoorten. Het vrouwtje legt als regel 2-3 (maar soms ook vijf) blauwe eitjes met roodachtig bruine vlekjes. Het nest is dicht bij de grond gebouwd.
Het is komvormig en van gras wol en kleine veertjes gemaakt.
In de voliere worden ook de halfopen nestkastjes gebruikt, die we voor de zebravinken hebben opgehangen. Maar de voorkeur van de pop gaat toch uit naar een nest in het dichtste struikgewas.
Beide ouders bebroeden beurtelings de eitjes.
De broedduur is ongeveer 2 weken.
Om tot broeden te komen moeten de vogels een gevarieerd menu van zaden hebben. Hij lust graag graszaden en onkruidzaden.
Hij heeft een vrolijke zang, hij broedt goed en is gemakkelijk te houden.
Soms zijn er kruisingen met de nauw verwante kanaries tot stand gebracht. Voor een betere zang hoeft men dat echter niet te doen.

Introductiepagina cini's | Soorten cini's | Afrikaanse citroencini | Roodvoorhoofdcini | De cini
| De syrische cini | Europese kanarie | Edelzanger | Mozambiquesijs | Slotopmerkingen

Ons adres:

Telefoon: (0345) 518326
E-mail: info@eckev.nl