|
De voeding Als hoofdvoedsel verstrekken we de grote cini-soorten een goed kanariemengsel aangevuld met wat extra negerzaad, slazaad,
hennep en onkruidzaden. Voor de kleinere soorten gebruiken we een kwalitatief goed zaadmengsel voor exoten aangevuld met gras en onkruidzaden. Daarnaast verstrekken we gekiemde zaden gemengd door het eivoer en eventueel nog wat universeel- en insectenvoer.
Ook wat groenvoer, zoals een baadje sla, andijvie, vogelmuur, herders-tasje, etc, etc. dient ze te worden gegeven. Als levend voer komen in aanmerking pinky's, buffalowormen, mierenpoppen, bladluis, etc.
Vooral tijdens de broedperiode kan het geven van levend voedsel van groot, ja zelfs voor de jongen van levensbelang zijn. Overigens zal met het verstrekken van levend voer, vooral tijdens de broedperiode, wel eens voorzichtigheid betracht moeten worden. Het komt voor dat oudervogels te snel weer broedrijp zijn, en dan aan een nieuw legsel beginnen en ofwel de jongen van het voorgaande broedsel uit het nest gooien ofwel dat die niet tot volledige zelfstandigheid worden gebracht. In beide gevallende met de dood als gevolg. Aanmerkelijk minder meelwormen verstrekken wil dan wel eens helpen. Naast dit alles moeten we er vanzelfsprekend voor zorgen dat de vogels fris drinkwater krijgen en fris badwater. In zomerse perioden nemen diverse cinis veelvuldig een bad, anderen daarentegen een of twee maal per dag. Tenslotte mag er nimmer een schaaltje grit en maagkiezel ontbreken.
|
|