Voor als u (van) vogels houdt

Op de pagina met het kopje 'De aanschaf' heeft u kunnen lezen dat het niet gemakkelijk is om al direct een paartje samen te stellen. Ik ga er nu maar gemakshalve van uit, dat dit op de een of andere manier is gelukt. Vervolgens rijst dan de vraag: hoe liggen de verhoudingen tussen die twee. Verstaan ze elkaar, is er een goede harmonie, een goede onderlinge verstandhouding? Dat is een van de belangrijkste factoren bij het komen tot voortplanting. Als het tussen beide vogels niet accordeert kun je het wel vergeten, In zo'n geval zit er niets anders op dan partnerruil toe te passen tenminste als dat nog mogelijk is, want waar haal je ineens een andere man of pop vandaan?
Als we constateren dat het mannetje zijn vrouwtje voert of regelmatig snavelcontact heeft, zogenaamd symbolisch voert, dan mogen we er van uitgaan dat het klikt tussen die twee en dan is er met recht hoop op nageslacht.
In geval het pas geimporteerde vogels betreft, mag het eerste jaar dat we ze in kooi of voliere hebben niet al te zeer op kweekresultaat worden gerekend. Lukt het wel, dan is dat echt kwekersgeluk. In de regel is het zo dat als de vogels een keer overwinterd hebben, de kans dat zij tot broeden komen  groter is,
Cini's broeden in het algemeen in het voorjaar en in de zomer. Het komt evenwel ook voor dat ze de in hun land van herkomst geldende seizoenindeling handhaven en bij ons pas in het najaar tot broeden komen. In Afrika is het dan voorjaar.
We zorgen er voor dat er een rijke variatie aan, nestmateriaal in de kooi of voliere voor de vogels beschikbaar is, zoals kokosvezel, malse gras-stengels, zacht hooi, mos, sharpie, paardenhaar, plantenwol etc..
Het zijn overwegend de popjes die echt de nesten bouwen. Bij de  kleinsoortige cini's helpen de mannetjes daar wat bij, bij  andere soorten dragen soms mannetjes materiaal aan en weer andere soorten steken er geen snavel naar uit.
De plaats waar het nest komt wordt ook in hoofdzaak door het popje bepaald en kan heel verschillend zijn. In de voliere bieden we ze daartoe voldoende gelegenheden. Op de eerste plaats zijn er de struiken waarin ze meestal op een tak en dicht bij de stam, een vrijstaand nestje bouwen. We kunnen ook bossen heide en brem, waarin we dan een holte aanbrengen aan de volierewanden bevestigen maar ze broeden ook wel in zo hoog mogelijk opgehangen en met enige connifeertakjes gecamoufleerde kanarienestbakjes of kastjes.
De nestjes zijn komvormig en van binnen bekleed met zachte materialen. Een gemiddeld legsel bestaat uit 3 tot 5 eitjes, die blauw groen of vuil blauw van kleur zijn. De schaal is bezet met roodachtige bruine, grijsachtige of zwarte druppels, vlekjes en haaltjes.
Alleen het popje broedt en ze begint daar pas serieus mee als het voorlaatste eitje is gelegd. Het komt wel voor dat het mamnetje haar aflost, maar dat is dan van korte duur.
Wel houden de mannetjes zich bezig met het voeden van het popje wat als voordeel heeft dat de eitjes constant warm blijven.
De broedduur bedraagt gemiddeld 14 dagen. Jonge cini's hebben een vleeskleurige huid waarop lichtkleurige donsveertjes voorkomen. De snavelranden zijn week en vuilwit tot creme van kleur.

Meer informatie over de opfok van de jongen vindt u hier.

Introductiepagina cini's | Soorten cini's | Afrikaanse citroencini | Roodvoorhoofdcini | De cini
| De syrische cini | Europese kanarie | Edelzanger | Mozambiquesijs | Slotopmerkingen

Ons adres:

Merwedestraat 3
4105 GL Culemborg

Telefoon: (0345) 518326
E-mail: info@eckev.nl