De soort wordt ook wel Fijnsnavel cini genoemd.

Afrikaanse citroencini, Serinus (Dendrospiza) citrinelloides.
Verspreiding en ondersoorten:
S.c.citrinelloides, Ethiopie, Zuidoost Soedan;
S.c.kikuyensis, West Kenia;
S.c.brittoni, Kenia;
S.c.frontalis, West Oeganda, Oostzaire, NoordwestTanzania;
S.c.hypostictus. Zuid Kenia, Oost Zambia tot Mozambique;
S.c.martinsi, Angola.
Lengte 12.5 cm. Het mannetje is groenachtig geel van kleur met zware donkere bestreping en geel omzoomde vleugel- en staartpennen.
Keel en buik zijn geel en licht bestreept.
Rond de opvallend fijne snavel een zwartachtig maskertje.
De popjes zijn zwaarder bestreept en missen het zwarte maskertje.

De ondersoorten verschillen van elkaar. Zo is S.c.frontalis warmer van kleur minder bestreept en met een duidelijk zwart maskertje.
Het popje heeft een gele kin en keel.
De soort wordt ook wel Fijnsnavel cini of dunsnavelcini genoemd.

Introductiepagina cini's | Soorten cini's | Afrikaanse citroencini | Roodvoorhoofdcini | De cini
| De syrische cini | Europese kanarie | Edelzanger | Mozambiquesijs | Slotopmerkingen

Ons adres:

Telefoon: (0345) 518326
E-mail: info@eckev.nl