Tekst en foto's Berend Bosch.

ZebravinkenDe kleurslag: BLEEKRUG GRIJS .

De Standaard.

De man, tekening: 
Oogstreep , snavelstreep , borststreep en zebratekening , flank ter hoogte van de stuit,en de donkere blokken van de bovenstaartdekveren:Zwart.
Tussen oog en snavelstreep:Wit.
Wangvlek:Oranjebruin.
Flanktekening:Oranjebruin met ronde witte stippen.
De man, kleur: 
Kop en nek:Parelgrijs, kop iets gehamerd.
Rug- en vleugeldek:Donkerroom kleurig met een iets grijze waas . De kleurscheiding tussen nek en rugdek scherp.
Stuit en onderlijf:Wit.
Staartpennen:Donkergrijs.
De pop, tekening: 
Oogstreep , snavelstreep , de flank ter hoogte van de stuit en de donkere blokken van de bovenstaartdekveren:Zwart.
Tussen oog- en snavelstreep:Wit.
De pop, kleur: 
Wang , flank en borst.Licht grijs.
Kop en nek:Parelgrijs op de kop iets gehamerd.
Rug- en vleugeldek:Donkerroom kleurig met een iets grijze waas . De kleurscheiding tussen nek en rugdek scherp.
Stuit en onderlijf.Wit.
Staartpennen:Donkergrijs.
De man en pop, ogen en hoorndelen: 
Snavel:Koraalrood , de pop iets lichter als de man.
Poten en nagels:Oranjerood.
Ogen:Donker een lichtere kleur is toegestaan.

Positief vallen tijdens de keuring op.

Bij de man.

Een voldoende donker gekleurde parelgrijze kop.
Een voldoende licht gekleurd egaal donker roomkleurig rugdek
Een mooie scherpe kleurscheiding tussen het donker roomkleurige rugdek met grijze waas en de parel grijze kop.
Mooie diep oranje bruine wang- en flankkleur.
Goed geproportioneerde en strakke  zwarte tekeningonderdelen.

Bij de pop:

Een voldoende donker gekleurde parel grijze kop.
Een voldoende licht gekleurd egaal donker roomkleurig rugdek
Een mooie scherpe kleurscheiding tussen het donker roomkleurige rugdek met grijze waas en de parel grijze kop.
Goed geproportioneerde en strakke zwarte tekeningonderdelen.
Hoewel dit geen specifieke kenmerken van de bleekrug grijze kleurslag zijn draagt het, indien optimaal aanwezig, duidelijk bij tot de schoonheid van kleurslag.

Negatief vallen tijdens de keuring op.

Bij de man.

Een lichte rugdekkleur welke te dicht bij een slechte masker grijs komt.
Een te donker rugdek waardoor de nek-rugscheiding onvoldoende contrastrijk is .
Een bruine waas in het rugdek wat een grauwe kleur veroorzaakt.
Een vlekkerige kleur van het rug- vleugeldek.

Foto 1: 1-0 Bleekrug grijs.

Een bleekrug grijze man van heel redelijke kwaliteit. Hoewel tijdens het nemen van deze foto wat zwaar in het onderlichaam een vogel van goed type met een goede snavelvorm. De kleurdiepte van de wangvlek en flanktekening is vrij goed. De stippen in de flank zouden nog iets regelmatiger kunnen De kleur van de zwarte tekening onderdelen is goed zwart, alleen de tekening van de bovenstaartdekveren is vrij onregelmatig. De kleur van het rugdek is goed , de parel grijze zou iets donkerder kunnen. Al met al een bleekrug grijze van zeer acceptabele kwaliteit.

Een onvoldoende diep doorgekleurde parelgrijze kop waardoor de nekrugscheiding onvoldoende contrastrijk is.
Een bleek oranjebruine wang en flankkleur.
Witte stippen in de flank welke niet rond zijn en vaag van kleur.
Witte omzoming en witte punten aan de vleugelpennen.
Rafelige en slecht geproportioneerde of onvoldoende doorgekleurde zwarte tekeningdelen.
Het wit tussen oog- en snavelstreep wat te ver naar boven door loopt.
Zebratekening welke niet volledig doorloopt tot aan de ondersnavel.
Zebratekening welke doorloopt onder wangvlek en soms zelfs boven het oog.

Bij de pop.

Een te donker rugdek waardoor de nek-rugscheiding onvoldoende contrastrijk is .
Een bruine waas in het rugdek wat een grauwe kleur veroorzaakt.
Een vlekkerige kleur van het rug- vleugeldek.
Een onvoldoende diep doorgekleurde parelgrijze kop waardoor de nekrugscheiding onvoldoende contrastrijk is.
Onregelmatige afscheiding tussen borst en buikkleur.
Het tonen van restanten zebratekening of borstband door de pop welke als mankenmerk gezien kunnen worden.
Rafelige en slecht geproportioneerde of onvoldoende doorgekleurde zwarte tekeningdelen.
Het wit tussen oog- en snavelstreep wat te ver naar boven door loopt.
Hoewel betreffende kenmerken geen specifieke afwijkingen voor de bleekrug grijze kleurslag zijn, wordt hierdoor wel afbreuk gedaan aan de kwaliteit van de kleurslag.

De vererving.

De bleekrugfactor vererft geslachtsgebonden en recessief t.o.v haar wild allele , tevens is een goede bleekrug grijze zebravink naast de bleekrug factor in het bezit van een phaeomelanine reducerende selectie factor welke zich autosomaal en recessief verervend gedraagt.

Formule voor de bleekrug grijze man, xb+bl // xb+bl , bm // bm.

Formule voor de bleekrug grijze pop, xb+bl // y , bm // bm.

b+ voor de eumelanineoxydatie factor.

bl voor de bleekrug factor.

bm voor de phaeomelanine reducerende selectie factor. ( bruin minimaal.)

De bleekrug en de masker factor vormen een mm-reeks (meervoudige mutatie reeks) welke meer wetenschappelijk ook wel een ma-reeks (multiple allelomorfen reeks) wordt genoemd.Deze mm-reeks werd voor het eerst vastgelegd door de Zwitserse professor Steiner , uit zijn proefparingen kwam vast te staan dat de bleekrug en masker factor twee mutaties van het zelfde gen zijn.

Foto 2: 1-0 Bleekrug grijs.

Een bleekrug grijze man van veel mindere kwaliteit. De wang en flank tonen een vrij goede kleurdiepte. De oogstreep kan iets strakker van vorm en loopt in het midden minimaal uit in de wangvlek. De teugel is wat licht van kleur. Hoewel de parel grijze kleur van de kop vrij redelijk is , is de kop-nek scheiding erg matig door een veel te donker rugdek. De kleur van het vleugeldek zou nog egaler kunnen. Vergelijk ook de snavelvorm eens van de man op foto 1. Juist door deze vergelijking valt op dat de man op foto 2 een vrij lange snavel heeft waarvan de bovensnavel. De snavel in combinatie met de kopvorm geven deze zebravink een lelijk uiterlijk.

Bij een mm-reeks ontstaat altijd een dominantie reeks. In dit geval wildvorm (grijs)- bleekrug-masker. In formulevorm bl+ , bl , bm . Dit wil zeggen dat de wildvorm dominant is over de bleekrug- en de maskerfaktor terwijl de bleekrugfaktor dominant is over de maskerfactor.Omdat de bleekrug- en maskermutatie geslachtgebonden en recessief t.o.v. hun wildallele vererven weet men dat een wildvorm (grijze) zebravink man split kan zijn voor bleekrug of voor masker maar niet voor bleekrug en masker.

Wanneer een zebravink man op het ene chromosoom het gemuteerde bleekrug gen en op het andere het gemuteerde masker gen draagt is deze zebravink uiterlijk een bleekrug en split voor masker .Omdat poppen slecht een x-chromosoom hebben is een pop altijd grijs , bleekrug of masker maar nooit split voor bleekrug of masker.

De geschiedenis.

In 1955 zou er in Duitsland uit een uit Nederland afkomstige grijze man een bleekrugpop geboren zijn.Van deze pop wordt verder niets meer vernomen. Het is 1964 als in Zwitserland sprake is van de kweek met bleekrug zebravinken door professor Steiner , in dit zelfde jaar komen de eerste bleekrug zebravinken naar Nederland. De naam bleekrug is ontstaan als vertaling van de Duitse naam "Hellrucke". In het boek "Handleiding voor de zebravink kweker", uit 1968, opteerde de heer Beckmann nog voor de naam agaat . De naam bleekrug was in een paar jaar echter al zo ingeburgerd dat deze naamgeving door kwekers eigenlijk niet is gebruikt.

In Nederland is het met name de heer van Leeuwen uit Amstelveen die in de begin jaren 80 een goede kwaliteit bleekrug grijze zebravink kweekt. De laatste jaren stonden de vogels van de heer Hanno uit Roermond model voor de bleekrug kwaliteit.

Foto 3: 1-0 Bleekrug grijs.

Bij deze man is de duidelijk te herkennen dat de borststreep aan de onderzijde niet volledig strak is. Soms loopt aan de zijkant de borststreep als het ware uit langs de flanktekening. De kleurdiepte in combinatie met de kleur van de tekening is vrij goed.

De vederstructuur.

De bleekrug grijze zebravink is in het bezit van de bleekrugfaktor welke zorgt voor een gedeeltelijke kwantitatieve eumelanine reductie in de haakjes en baarden van de kleur veervelden.De reductie kan minimaal zijn zodat er voor de kleur van het rugdek sprake is van een bleke grijze. Deze zeer donkere bleekrug valt echter nog altijd te onderscheiden van een bleke grijze aan de volledig witte buik. Een grijze laat altijd nog een crèmekleurige aarsbevedering zien. Als de reductie maximaal is neemt men het verschil met een te donkere masker grijs nauwelijks meer waar.

Deze bleekrugfaktor tast het aantal eumelanine korrels in de tekeningdelen niet waarneembaar aan zodat men dit als zwart blijft waarnemen.

Het phaeomelanine bezit in wang en flank wordt minimaal gereduceerd . Het phaeomelanine bezit in de buikbevedering wordt door de bleekrugfaktor echter volledig gereduceerd.

De kweek.

De bleekrug grijs dient een donker roomkleurig grijs bewaasd rugdek te tonen. In de nek dient de rugdekkleur een duidelijke scherpe scheiding te vormen met de parelgrijze nek en kop.

Tijdens de kweekselectie dient men bij deze nek-rug scheiding op twee aspecten te letten.Ten eerste de overgang tussen nek en rugdekkleur dient een scherpe scheiding te zijn welke niet vloeiend verloopt. Op deze voldoende scherpe
(niet vloeiende) afscheiding dient men streng te selecteren. Ten tweede het verschil in kleur van kop en nek met het rugdek dient aanmerkelijk te zijn.Het verschil in kleurdiepte tussen de kop en nek met het rugdek is afhankelijk van de sterkte van de werking van de mutatie. Hiervoor is de kweker in selectieve zin verantwoordelijk .

Bij de wildvorm ( lees wildvang ) wordt de kleur van het rugdek mede gevormd door een behoorlijke hoeveelheid roodbruin phaeomelanine rond de kern van de baarden. Dit phaeomelanine heeft een bruine waas tot gevolg over het grijs dat gevormd wordt door het eumelanine in de haakjes en de extalzijde ( de voor het oog zichtbare zijde ) van de baarden.Om er voor te zorgen dat de rugdekkleur niet een warme (bruine) waas toont dient men gebruik te maken van de phaeomelanine reducerende selectie factor , bm, waarmee het phaeomelaninie rond de kern van de baarden wordt gereduceerd.

Wanneer men op bovenstaande wijze selectief bleekrug grijze zebravinken kweekt is de goede rugdekkleur zeker benaderbaar .

Om de kleurscheiding nek en rugdek optimaal te maken dient men te selecteren op voldoende eumelanine staafjes in de baarden en haakjes van de kopbevedering . Wanneer men hier onvoldoende op selecteert zal dit eumelanine bezit teruglopen en de kopkleur lichter worden.

Een ander aspect bij de bleekrug grijze zebravink is de kleurdiepte van de wang en flank. De bleekrugfaktor tast het kwantitatieve phaeomelanine bezit in deze veervelden aan. Bij de grijze kleurslag stelt de standaard diep oranjebruin voor de wang en kastanjebruin voor de flankkleur . Voor de bleekrug grijze is dit oranjebruin voor zowel de wang- als flankkleur waarbij door het verschil in vederstructuur de flankkleur donkerder lijkt dan de wangkleur. Selectief dient de kweker de wang- en flankkleur zo optimaal mogelijk te houden. Vastgesteld dient te worden dat hier een selectie wordt toegepast welke tegengesteld is aan de rugdekkleur zodat het gesloten compromis de kunde van de bleekrugkweker toont. Immers bleekrug grijze zebravinken met een goede rugdekkleur hebben vaak een lichte wang- en flankkleur, terwijl exemplaren met een goede wang- en flankkleur vaak een te donker rugdek tonen

De bleekrug grijze poppen zullen door dimorfisme (uiterlijk geslachtverschil) altijd wat donkerder tonen De pop bezit van nature wat meer phaeomelanine.Ook hier zijn door selectie zeer fraaie resultaten haalbaar.

Tevens dient men tijdens de kweek te letten op de zwarte tekeningonderdelen deze moeten van prominent formaat zijn en strak qua belijning. Bij de kweek van goed getekende bleekrug grijze zebravinken is aan te bevelen uit te gaan van de kwaliteiten van de man . De wangvlek , flank en borsttekening zijn bij de pop niet waarneembaar, de mogelijke kwaliteit van haar erfelijke (tekening) eigenschappen kan alleen aan broers en vader worden afgelezen.

Als laatste en mogelijk moeilijkste punt bij de kweek van bleekrug grijs is het formaat in combinatie met de kleur te noemen. In de praktijk blijkt dat een vogel die opvalt door prima fysieke eigenschappen maar zelden of nooit deze eigenschappen combineert met een goede kleur. Een vogel welke uitblinkt in formaat is hierbij voor een deel afhankelijk van de bevederinglengte. Deze vogel zal vrijwel altijd een schimmel of lang bevederde zebravink zijn. Het gevolg van de lange bevedering is dat de veren niet zo intensief gekleurd zullen zijn. Het kleurverschil van de kop en de nek met de rug zal beperkt blijven. Ook zal, doordat de uiteinden van de baarden maar weinig melanine bevatten, de kleur van het rugdek wat flets overkomen. Als conclusie dient dan ook gesteld te worden dat bij de kweek van bleekrug grijs niet altijd de grootste vogels aan elkaar gepaard moeten worden. Het is beter om de methode van lang- maal kort bevederde vogel te hanteren met als doel de eisen rond formaat en kleur in een vogel te combineren.

Foto 4: 0-1 Bleekrug grijs.

De kleur van het rugdek bij deze pop toont een minimale bruine waas en zou wat lichter van kleur kunnen zijn.
De kop-nek scheiding is door de kleur van het rugdek niet voldoende.
Wel moet duidelijk zijn dat de kop-nek scheiding bij de pop nooit zo veel contrast zal tonen als bij de man.
De kleurdiepte van de flank is vrij goed hoewel deze ter hoogte van vleugelbocht iets sprekender kan zijn. De witte blokken van de bovenstaartdekveren zouden iets strakker kunnen zijn van blokvorm.

 

Het verbeteren van de kleurslag.

Eigenlijk is bij de bleekrug grijze alleen selectieve kweek de weg tot verbetering. Toch zijn er kortstondig verbeteringen bij te donkere bleekrug grijze te bereiken door het gebruik van een masker grijze pop met goede donkere tekening. De bleekrug grijze zonen uit zo'n paring van bleekrug grijs maal masker grijs zullen vaak wat lichter van kleur zijn. Kweekt men met deze vogels verder zal vaak de wang en flankkleur lichter gaan worden, waarmee opnieuw een fout geïntroduceerd wordt.

Bezit men bleekruggen welke een goede kleur tonen maar waar de wang en flanktekening te licht van is dan zou men een grijze pop in kunnen zetten waar de broers en vader een goede diepe wang en flankkleur van tonen.Uw beste bleekrug grijze man paart U aan twee van deze poppen .Van een paring gebruik U een dochter, deze draagt op een autosomaal chromosoom de mogelijkheid tot een wang en flank van voldoende kleurdiepte. Van de andere paring gebruikt U een grijze zoon, welke split is voor bleekrug, met de diepste wang en flankkleur. Uit deze paring van halfbroer maal halfzus kunnen nu jonge geboren worden waarbij de mannen een betere wang en flankkleur tonen. Van groot belang is echter dat men erg op de kleurdiepte van het rug- vleugeldek let deze zal erg snel te donker worden.

Tot slot wordt de laatste tijd geprobeerd om bleekrug grijze zebravinken met een lichte kopkleur te verbeteren door het gebruik van zwartoog zwartmasker poppen. Betreffende poppen dienen in het nest een erg donkere kopkleur te tonen, welke in de meeste gevallen tijdens het uitkleuren weer verdwijnt. Het gevaar is echter nadrukkelijk aanwezig dat de kleur van de wang en flank zal teruglopen.

Al met al is verbetering van de kleurslag bleekrug grijs het best voor langere periode te realiseren middels selectieve kweek.

Toelichting bij de foto's:

 

Introductiepagina | Normaal grijs | Normaal bruin | Pastel grijs | Agaat grijs | Bleekrug grijs | Bleekwang grijs | Masker grijs | Witte Zebravinken | Hoe zebravinken leren zingen

Ons adres:

Telefoon: (0345) - 518326
Mobiel: (--
E-mail: info@eckev.nl